Extra informatie | Orgelverhuur

Extra informatie

Dit orgel is, dank zij een nieuwe intoneermethode, een verruiming van het tot hiertoe gekende klankbeeld van het “Organo di Legno”. Het onderscheidt zich van de gangbare positief-orgels en van de orgels in Innsbrück en Montepulciano door ruimere mensuren  en een grotere verscheidenheid van de resonatorvormen (= pijptypes), die met deze intoneermethode zuiver en boventoonrijk geïntoneerd kunnen worden.

De methode baseert zich op een nauwkeurige kennis van het fysisch proces van de klankopwekking in orgelpijpen.  Ze beheerst de brontrilling aan het labium en de aerodynamiek in de pijpvoet en verzekert hiermee een korte aanzet en een zuivere kwaliteit van de klank. De inslag van de straal op het labium wordt aangepast aan de slankheid en de vorm van de resonator, met berekening van de coördinaten van de richting van de straal. Het gevolg hiervan is een snelle en krachtige brontrilling aan het labium, waardoor de klank nagenoeg zonder voorlopertonen aangezet wordt en boventoonrijk is. De aanspraak van de orgelpijp is zeer kort ten voordele van de snelheid van de klankarticulatie.

Naast de juistere richting van de windstraal is de vorm van de straal geconditioneerd door een aangepast  traject in de pijpvoet dat bepaald wordt met kennis van de aerodynamische effecten in de pijpvoet. De pijpvoetvorm en de berekende spleetwijdte verzekeren een windstraal met een minimum aan opgewekte ruisen, waardoor de verschillen tussen de houten pijpen van eenzelfde register geringer worden.

Waar tot hiertoe de maatvoering van de houten pijpen door de orgelwereld tamelijk eng genomen wordt, omdat deze gemakkelijker te intoneren zijn, en de pijptypes ook meestal beperkt blijven tot de eenvoudigere  prismatische pijptypes, t.t.z.  Prestanten  en Gedekten ( naar het voorbeeld van de historische  orgels van het Organo di Legno), kunnen met deze intoneermethode probleemloos ruimere mensuren en een grote verscheidenheid aan resonatoren (=  pijpvormen) toegepast worden. Het gevolg hiervan is een grote marge van mogelijke klankintensiteiten door ruimere pijpmensuren en meer klankkleuren door de grote verscheidenheid van de in resonantie tredende pijpvormen, zonder aan zuiverheid van de klank in te boeten.

 

Samenstelling van dit orgel voor Continuo- of koorbegeleiding.

Voor de keuze van de pijptypes in dit kleine orgel is gekozen voor een licht fluitig klankbeeld en een heldere basvoering, gericht naar de Basso Continuo-toepassing.

De Roerfluit 8’ heeft een  gedekt basoctaaf en een duidelijk zingende diskant.

De Spitse 4’-voeter heeft een karakteristieke heldere fluittoon door zijn sterkere  terts als 5de boventoon en heeft de gekende eigenschap van goede menging met andere fluiten. Het orgel is hierdoor ook bijzonder geschikt voor samenspel met Blokfluit en Dwarsfluit.  

De 2’-voeter is een  prismatisch open fluitje dat discreet geintoneerd is en afgestemd is op een rond plenum voor koorwerk of Organo Obligato.   

De ruime opstelling van het pijpwerk in de orgelkast en het sterk open decoratief snijwerk zorgen voor een goede klankuitstraling.